In 2026 zullen de inkomsten lager zijn en de prijzen sterker stijgen.
Een van de contextuele vragen die opiniepeilers stelden voordat ze het onderwerp van de gemeenschappelijke munt aansneden, betrof het huishoudinkomen. In iets meer dan duizend telefoongesprekken met een representatieve steekproef van Italiaanse burgers gaf 28% aan minder te verdienen dan het jaar ervoor. Dit is het op één na hoogste percentage van alle onderzochte landen, na Griekenland met 31%.
Kortom, ruim een kwart van de mensen zegt dat hun financiële situatie is verslechterd. En misschien nog wel belangrijker is het aantal mensen dat zegt dat hun situatie is verbeterd: slechts 10% zegt dat hun inkomen hoger is dan het jaar ervoor. Dit is het laagste percentage in de hele eurozone, met Ierland op de een-na-laatste plaats met 16%, vergeleken met het Europees gemiddelde van 22%.
Wat de toekomstverwachtingen betreft, blijft de situatie onveranderd. Bijna een op de vier Italianen, 23%, verwacht uiteindelijk een lager inkomen te hebben. Dit percentage ligt in lijn met het Griekse cijfer en ruim boven het Europese gemiddelde van 14%. Slechts 11% verwacht meer te verdienen. In dit geval is het verschil nog groter: het op één na meest pessimistische land is Finland, waar 20% van de inwoners nog steeds een hoger inkomen verwacht, bijna het dubbele van Italië.
Diezelfde negatieve verwachtingen worden ook weerspiegeld in de inflatie, of liever gezegd, de prijzen. Na een piek in 2022-2023 zijn de prijzen de afgelopen twee jaar aanzienlijk gedaald. Maar Italianen blijven vrezen voor een nieuwe inflatiestijging. Sterker nog, 84% van de respondenten denkt dat deze hoger zal uitvallen dan dit jaar. Dit is een zeer hoog percentage: het Europees gemiddelde ligt op 50%.