Bewerkt door Francesca Moriero
De Raad van de Europese Unie heeft groen licht gegeven voor de nieuwe verordening inzake repatriëring en de formele actualisering van de lijst met zogenaamde "veilige derde landen". Dit is een stap waar Italië lang op heeft gewacht om de ratificatie van de wetgeving te kunnen voortzetten en, bovenal, om de geplande hub in Albanië operationeel te maken. Minister van Binnenlandse Zaken Matteo Piantedosi, die de Raad Binnenlandse Zaken in Brussel bijwoonde, verwelkomde de overeenkomst en beschouwde deze als "een belangrijk onderdeel van de nationale strategie voor het beheersen van migratiestromen". Het blijft echter een controversiële uitkomst, aangezien veel van de geïntroduceerde instrumenten aanzienlijke twijfels oproepen over zowel de bescherming van rechten als de daadwerkelijke effectiviteit van de maatregelen.
De nieuwe lijst met veilige landen
Volgens het besluit van de EU-ministers moeten Bangladesh, Colombia, Egypte, India, Kosovo, Marokko en Tunesië als veilige landen van herkomst worden beschouwd. Burgers uit deze landen zullen daarom onderworpen worden aan versnelde asielprocedures, wat kan leiden tot een zeer korte doorlooptijd. Bovendien kunnen hun aanvragen ook worden beoordeeld in de derde landen waar ze doorheen reizen, waardoor de mogelijkheid bestaat dat de procedure buiten Europa wordt voortgezet.
Italië, dat een aanzienlijk aantal asielzoekers uit Bangladesh, Egypte en Tunesië registreert, was het eerste land dat op dit resultaat aandrong. De redenering van de EU – landen met een aandeel asielaanvragen van minder dan 20% als “veilig” beschouwen – lijkt echter meer op een statistische simplificatie dan op een werkelijke beoordeling van de omstandigheden in de landen van herkomst. Het is geen toeval dat de lijst landen bevat waar mensenrechten en fundamentele vrijheden voor grote delen van de bevolking niet gegarandeerd zijn.
