Als er één ding is waar de EU in uitblinkt, dan is het wel het produceren van wetgeving in verbazingwekkende hoeveelheden. Talloze richtlijnen en verordeningen vormen een complex geheel van rechten en plichten voor haar burgers en bedrijven. Het nieuwste Omnibus-pakket is echter van een heel andere aard: hiermee wetgeeft de Unie juist om haar regelgeving te vereenvoudigen .

Hoe valt deze verandering in toon te verklaren? Hoewel het moeilijk met zekerheid te zeggen is, lijkt de verandering in de houding van de Commissie een bredere trend onder Europese burgers te weerspiegelen. Langzaam maar zeker lijkt een gevoel van vermoeidheid de overhand te hebben gekregen. Een vermoeidheid die een naam heeft. Sterker nog, twee: regelgevingsmoeheid en klimaatmoeheid, die samensmelten tot een zeer gevaarlijke combinatie.

Afbeelding van Nico Roicke. Bron: Unsplash.com

Afbeelding van Nico Roicke. Bron: Unsplash.com

Omnibusvoorstellen – Vereenvoudiging ten koste van bescherming?

Maar laten we bij het begin beginnen: wat zijn de Omnibus-voorstellen precies? Begin 2025 presenteerde de Europese Commissie haar tien Omnibus-voorstelpakketten. De achterliggende gedachte was eenvoudig: het aanpassen van bestaande wetgeving om deze te vereenvoudigen zou niet alleen miljarden euro's aan administratieve kosten besparen en het concurrentievermogen vergroten, maar ook de efficiëntie verbeteren en de regelgevingslast voor bedrijven verminderen. De pakketten behandelen een breed scala aan onderwerpen, van digitalisering tot landbouw en defensie. Het bekendste (en wellicht ook een van de meest controversiële) pakket is Omnibus I over duurzaamheid. Nog geen maand geleden gaf de Raad van de EU definitief groen licht voor deze amendementen.

Toch ziet niet iedereen deze pakketten in zo'n gunstig licht. Critici hebben deze maatregelen fel bekritiseerd, omdat ze volgens hen een hoog niveau van bescherming opofferen ten behoeve van vereenvoudiging. Met name het Sustainability Omnibus I-pakket, dat de rapportageverplichtingen voor bedrijven op het gebied van duurzaamheid versoepelt, heeft voor opschudding gezorgd. Faustine Bas-Defossez, directeur van het Europees Milieubureau , verwoordde het als volgt: "Het is nu duidelijk dat 'vereenvoudiging' slechts een Trojaans paard is voor agressieve deregulering." Zelfs binnen de gelederen van EU-ambtenaren ontstonden al snel meningsverschillen over deze maatregelen. Om in de lijn te blijven van oude mythische allegorieën: "Ursula von der Leyen ontrafelt 's nachts wat overdag is geweven" , zei S&D-Europarlementariër Thomas Pellerin-Carlin afgelopen juli, verwijzend naar de listigheid van Penelope in de Odyssee .

Los van de institutionele verdeeldheid, beantwoorden de Omnibus-voorstellen aan een bredere, verlammende trend onder Europeanen: de uitputting die voortkomt uit een voortdurende cyclus van beleid dat nergens toe lijkt te leiden.

Regelgeving botst met klimaatmoeheid.

Regulering en de Europese Unie zijn altijd hand in hand gegaan. De bron van haar macht, die als buitensporig bureaucratisch wordt ervaren, is tegelijkertijd ook het meest effectieve wapen van haar critici. Vooral in de afgelopen twee decennia leek Brussel voor elke uitdaging wel een nieuwe regelgeving te hebben. De wereldwijde pandemie, de energiecrisis en de invasie van Oekraïne hebben deze trend alleen maar versterkt. Nu Trumps dreigingen met importheffingen steeds vaker voorkomen en de oorlog in het Midden-Oosten steeds dichter bij het Europese continent komt, wordt het onvermogen van Europa om met krachtige, concrete maatregelen te reageren pijnlijk duidelijk .

In deze context van bureaucratische overdaad lijkt regelgevingsmoeheid ons allemaal te hebben overgenomen. Europese burgers raken steeds meer uitgeput door een eindeloze stroom aan wet- en regelgeving die ons alleen maar verder vervreemdt van de verre 'EU-bubbel'. In die zin is de plotselinge drang van de EU naar vereenvoudiging misschien helemaal niet zo plotseling, maar eerder een reactie op een toenemende neiging om zich terug te trekken uit de Europese besluitvorming als een manier om met deze vermoeidheid om te gaan.

In de context van milieu- en klimaatambities krijgen deze zorgen een nieuwe dimensie. De afgelopen tien jaar is klimaatmoeheid een terugkerend probleem geweest, ook buiten Europa. Het aanvankelijke enthousiasme waarmee de duurzaamheidsbeweging gepaard ging, is weggeëbd en heeft plaatsgemaakt voor scepsis, pessimisme of erger nog: pure onverschilligheid. Dat is wat jarenlange greenwashing en initiatieven zonder ogenschijnlijk concrete resultaten met een mens doen; het aanvankelijke momentum is verdwenen, we zitten met een enorme hoeveelheid informatie en hebben geen energie meer om ons ermee bezig te houden.

In de Europese Unie zijn klimaat- en regelgevingsmoeheid samengesmolten tot een bedreigende combinatie. Ooit een voorvechter van de groene transformatie, lijkt Europa de interesse in het klimaat te hebben verloren . Andere, dringendere prioriteiten worden naar voren geschoven wanneer het over dit ongemakkelijke onderwerp gaat: energieprijzen, uitbrekende oorlogen, geopolitieke spanningen, enzovoort. Dit, in combinatie met de algemene desinteresse die voortkomt uit de uitputting van de regelgeving, resulteert erin dat de EU stilletjes haar groene ambities afbouwt onder het mom van efficiëntie en vereenvoudiging.

Vermoeidheid onder jongeren in de EU: van activisme naar apathie?

In geen enkele demografische groep is deze verschuiving zo duidelijk zichtbaar als onder de Europese jeugd. Hoe pijnlijk het ook is om toe te geven, de mythe dat jongeren zich niet veel met politiek bezighouden, begint alarmerend veel op de werkelijkheid te lijken. Ook hier vormen klimaat- en regelgevingsmoeheid krachtige, maar gevaarlijke partijen. Neem bijvoorbeeld de verkiezingen voor het Europees Parlement: in 2019, te midden van een sterke golf van klimaatprotesten in heel Europa, steeg de opkomst van EU-burgers onder de 25 jaar naar een historisch hoog niveau van 42% . Het waren inderdaad de dagen van schoolstakingen voor het klimaat, Greta Thunbergs Fridays for Future, en termen als 'groene transitie' en 'koolstofemissies' die iedereen in de mond nam. Vijf jaar later, in 2024, daalde de opkomst bij de EP-verkiezingen echter teleurstellend tot 36% onder burgers onder de 25 jaar.

Hoe kan dit gebeuren? Is klimaatactivisme simpelweg uit de mode geraakt? Of zijn we het zat dat het ene initiatief steeds werd vervangen door een ander zonder resultaat? Zijn we afgestompt door al die nieuwsberichten, wetgeving en beleidsmaatregelen? Opnieuw staan ​​dringendere zaken onze ambities in de weg: net nu de EU zich op andere prioriteiten richt, is het moeilijk om van een jongvolwassene te verwachten dat hij of zij al zijn of haar energie steekt in het redden van de planeet, terwijl diegene niet eens een dak boven het hoofd kan vinden.

Wat is dan de conclusie? Is er een uitweg uit dit overweldigende gevoel van vermoeidheid? Of die er is, en of die oplossing noodzakelijkerwijs een vereenvoudiging inhoudt die twijfels oproept over het waarborgen van een hoog beschermingsniveau, is moeilijk te zeggen. Immers, als het antwoord simpel was, zouden we niet verwikkeld zijn in deze duizelingwekkende dans van overregulering en terugtrekking.

Geschreven door

Geef het gesprek vorm

Heb je iets toe te voegen aan dit verhaal? Heb je ideeën voor interviews of invalshoeken die we moeten verkennen? Laat het ons weten als je een vervolg wilt schrijven, een tegengeluid wilt laten horen of een soortgelijk verhaal wilt delen.